Ingrijpende wijzigingen in het omgevingsrecht; een overzicht

Wat betekenen de aangekondigde wijzigingen in wetgeving voor u?

De komende jaren wordt het omgevingsrecht ingrijpend vernieuwd. Op 22 maart 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een nieuwe Omgevingswet. Op dit moment wordt volop gewerkt aan de invoeringswet voor de overgang van de bestaande naar de nieuwe wetgeving.  Zoals het er nu naar uitziet, treedt de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking.  

Waarom een nieuwe wet?  

Het huidige omgevingsrecht is verdeeld over tientallen wetten en honderden regelingen die door de jaren heen zijn uitgebouwd. Het systeem is steeds ingewikkelder geworden. Het grote aantal regels en bestemmingsplannen maakt het voor initiatiefnemers van projecten niet eenvoudig wat wel en niet is toegestaan in een gebied. Er wordt geworsteld met veel verschillende wetten die elk hun eigen procedures, planvormen en regels hebben. Dit geeft veel onzekerheid en leidt tot veel procedures. Ook zorgt het voor irritatie over stroperige besluitvorming en onnodige onderzoeks- en plankosten. Bovendien sluit de wetgeving niet goed aan op toekomstige ontwikkelingen:  er is weinig ruimte voor de ontwikkeling van innovatieve, duurzame ontwikkelingen. Kortom: het huidige omgevingsrecht past niet meer in deze tijd. 

Wat betekent de Omgevingswet?  

Het omgevingsrecht wordt een stuk eenvoudiger: ruim 26 wetten (waaronder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en Wet geluidhinder) worden gebundeld in één Omgevingswet. Dit betekent een vermindering van 5.000 naar 350 wetsartikelen.    

De Omgevingswet gaat gelden voor de hele “fysieke leefomgeving”. Hieronder vallen bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed.  Ook activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving gaan onder de Omgevingswet vallen. Hieronder valt bijvoorbeeld het wijzigen van onderdelen van de leefomgeving, maar ook het wijzigen van het gebruik van onderdelen. Denk hierbij aan het aanleggen van een weg of het wijzigen van het gebruik van een pand.  

Wat zijn de belangrijkste veranderingen? 

• Er komt één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. Plannen en vergunningen worden zo veel mogelijk gebundeld, procedures worden eenvoudiger, sneller transparanter en flexibeler; 

• Ruimte voor regionale verschillen; provincies en gemeenten kunnen regionaal en lokaal maatwerk gaan leveren; 

• Meer ruimte voor nieuwe ontwikkelingen; 

• De gebruiker wordt centraal gesteld. Dit betekent voor overheden een andere houding naar burgers en bedrijven met initiatieven. Het uitgangspunt wordt 'ja, mits' , in plaats van het 'nee, tenzij'. Er mag veel, mits het past binnen de vooraf gestelde, ruime kaders die gelden voor de ruimte; 

• “Decentraal, tenzij”;  gemeentebesturen krijgen meer taken en bevoegdheden. Alleen als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk of de provincie regels. Bijvoorbeeld regels voor de bescherming van rijkswegen, beste beschikbare technieken voor bescherming van het milieu en technische eisen aan bouwwerken. 

• Gebiedsgericht; straks staat het gebied centraal in plaats van de invalshoek bouwen, gebruik, milieu, natuur, monumentenzorg. 

• Naar schatting 50.000 bestemmingsplannen en beheersverordeningen worden straks circa 400 omgevingsplannen; 

• Binnen een gemeente zullen alle bestemmingsplannen worden vervangen door 1 omgevingsplan. In dit omgevingsplan zullen alle regels over de hele fysieke leefomgeving worden opgenomen, zoals bodem, water en lucht en aspecten als geluid, geur of externe veiligheid. Door al deze onderwerpen bij elkaar te brengen in het omgevingsplan, kunnen deze meer in onderlinge samenhang worden geregeld 

• Betere mogelijkheden voor digitalisering van plannen, besluiten en onderzoeken; 

• Participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming over plannen, visies en projecten. Omwonenden en omliggende bedrijven betrekken bij nieuwe plannen of activiteiten is in het nieuwe stelsel een vereiste bij een vergunningaanvraag.   

De 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet 

De Omgevingswet bevat zes kerninstrumenten voor het beheren en benutten van de leefomgeving:  

• Omgevingsvisies: bevatten het beleid op lange termijn van het Rijk, provincies en gemeenten; 

• Programma’s: waarin het beleid is uitgewerkt; 

• Decentrale algemene regels: zoals het omgevingsplan; 

• Algemene rijksregels over activiteiten: opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving; 

• Omgevingsvergunning: één vergunning voor activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving; 

• Projectbesluit: biedt een uniforme en snelle procedure voor besluitvorming over complexe projecten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van Rijk of provincies. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied.  

Experimenten met de Omgevingswet 

Met deze omvangrijke herziening zullen overheden, bedrijven en burgers ervaring op moeten gaan doen. Voor hen moeten de regels eenvoudiger en beter gaan worden. Met name binnen (grotere) gemeenten zijn er nu al veel initiatieven gestart vooruitlopend op de Omgevingswet.  

Op basis van de huidige wetgeving, zoals de Crisis- en Herstelwet, kan nu al in de geest van de nieuwe Omgevingswet worden gewerkt.  De Crisis- en herstelwet werd in 2010 in het leven geroepen om de economische crisis te bestrijden en was aanvankelijk bedoeld als tijdelijke wet.  

De wet zorgt voor een snellere uitvoering van ruimtelijke plannen en stimuleert vernieuwende en duurzame projecten. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. Een belangrijke maatregel uit de Crisis- en herstelwet is de vermindering en versnelling van beroepsprocedures. De Crisis- en herstelwet sluit goed aan op de plannen om het omgevingsrecht te vereenvoudigen. Experimenteren met de Omgevingswet werd geleidelijk een belangrijk motief voor de Crisis- en herstelwet projecten. Een voorbeeld is het ‘bestemmingsplan met verbrede reikwijdte’ . Gemeenten die zich hebben aangemeld voor dit experiment kunnen (tijdelijk) op onderdelen afwijken van wet- en regelgeving. Dit kan over veel meer onderwerpen gaan dan een bestemmingsplan onder reguliere wetgeving. Denk aan veiligheid, gezondheid, milieu, landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, het uiterlijk van bouwwerken, duurzaamheid en natuurbescherming. Dit is vergelijkbaar met het integrale karakter van het omgevingsplan uit de Omgevingswet. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte geeft gemeenten nu dus al de kans om met de systematiek van het omgevingsplan te werken. 

De looptijd van de Crisis- en herstelwet is inmiddels verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Uiteindelijk zal de Crisis en herstelwet ook in de Omgevingswet opgaan. 

Voor meer informatie  kan u contact opnemen met Mirjam Hoogesteger.

 


Rotterdam © 2018 &De Jonge Advocaten
designed & powered by BuroHenk & AWINK Websolutions