Vakantie voorbij! Tijd om er even tussenuit te gaan?

Wat gebeurt er met de niet-genoten vakantiedagen? Dient een werknemer alle vakantiedagen op te nemen?

Of kunnen deze ook worden opgespaard?

De zomervakantie is ten einde. Velen gingen erop uit en sloten aan in de rij op het vliegveld of in de file op snelweg, maar mogelijk werden niet alle vakantiedagen genoten. Wat gebeurt er met deze resterende vakantiedagen? Mag een werknemer deze meenemen naar volgend jaar of komen niet-genoten vakantiedagen te vervallen? 

Het recht op vakantie

Jaarlijks heeft een werknemer recht op minimaal viermaal de arbeidsduur per week aan vakantie. Bij een regulier fulltime dienstverband komt dit aldus neer op 160 uur (20 vakantiedagen) per jaar. Dit minimum is bij wet vastgelegd en dit zijn derhalve de wettelijke vakantiedagen. Daarnaast kunnen in de individuele arbeidsovereenkomst of bij CAO meer vakantiedagen worden toegekend. Dit zijn dan de bovenwettelijke vakantiedagen.

Een werkgever dient de werknemers ieder jaar in de gelegenheid te stellen om daadwerkelijk vakantiedagen op te nemen, maar het is niet mogelijk om een werknemer verplicht vakantiedagen te laten opnemen. Als stok achter de deur, om toch te zorgen dat een werknemer vakantie opneemt, bepaalt de wet dat opgebouwde vakantiedagen niet oneindig geldig zijn.

Voor het vervallen van het recht op vakantiedagen dient onderscheid te worden gemaakt tussen de wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen.

Wettelijke vakantiedagen

Allereerst volgt uit de vakantiewetgeving dat de opgebouwde wettelijke vakantiedagen vervallen na zes maanden ná het jaar waarin deze vakantiedagen zijn opgebouwd, en aldus telkens op 1 juli van het volgende jaar.

Maar let wel, het vervallen van vakantiedagen gebeurt niet automatisch. De werkgever dient de werknemer hier tijdig voor te waarschuwen. Doet hij dit niet, dan blijven de wettelijke vakantiedagen langer geldig. Het verdient derhalve aanbeveling om werknemers (in ieder geval) aan het begin van het nieuwe jaar (schriftelijk) te wijzen op het verval van de nog openstaande vakantiedagen, indien deze niet binnen 6 maanden (vóór 1 juli) worden opgenomen.

Bovenwettelijke vakantiedagen

De bovenwettelijke vakantiedagen vervallen daarentegen niet zomaar. Voor deze ‘extra’ vakantiedagen geldt de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar, na de laatste kalenderdag van het jaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd. Dit houdt in dat een vordering tot toekenning van bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd in 2022 uiterlijk op 31 december 2027 moet zijn ingediend. Deze termijn geldt uitsluitend voor de vordering van het opnemen van deze vakantiedagen. Voor uitbetaling van vakantie gelden andere verjaringstermijnen.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met Hein Snijders, Jan de Jonge, Frank Smitshoek of Anne van der Pol.

Auteur: Anne van der Pol

Rotterdam © 2022 &De Jonge Advocaten
designed & powered by BuroHenk & AWINK Websolutions