Wat als een huisgenoot van werknemer verschijnselen van COVID-19 vertoont?

Wie betaalt?

Inmiddels is er rechtspraak verschenen over de vraag wat heeft te gelden als een werknemer geen werkzaamheden kan verrichten als gevolg van de Corona-crisis. Niet omdat de werknemer zelf ziek is, maar in het geval een huisgenoot ziekteverschijnselen vertoont.

Vooropgesteld wordt dat er sinds 1 januari dit jaar een nieuw uitgangspunt geldt waar het gaat om de vraag wie er opdraait voor de kosten in het geval er niet kan worden gewerkt. Artikel 7:628 lid 1 Burgerlijk Wetboek bepaalt:

"De werkgever is verplicht het naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.”

Deze bepaling wordt populair vertaald als volgt weergegeven:

“Geen arbeid, wel loon, tenzij….. “

Voor 1 januari 2020 was het uitgangspunt: “Geen arbeid, geen loon, tenzij….”

De Rechtbank te Limburg heeft op 23 juni 2020 uitspraak gedaan in een kwestie waarbij er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgever had aangegeven dat deze niet zou worden verlengd en zou eindigen op 30 april 2020. Na die mededeling had werknemer verlof gevraagd aan zijn werkgever voor een paar dagen (26 en 27 maart) welke verlofaanvraag werd afgewezen. In de ochtend van 26 maart berichtte werknemer echter dat zijn partner verschijnselen van het Coronavirus vertoonde en dat hij conform de RIVM-richtlijnen niet zou komen werken. Werkgever accepteerde dat niet en betaalde over de niet gewerkte tijd het loon niet uit, ook omdat werknemer in die dagen wel gesignaleerd was in een bouwmarkt (naar zeggen van werknemer omdat er lekkage was in zijn woning en hij dat moest verhelpen). De rechter oordeelde echter als volgt.

Bij quarantaine is (nog) geen sprake van een zieke werknemer, maar van een werknemer die gehoor moet geven aan een opgelegde voorzorgsmaatregel van de overheid. Wanneer een huisgenoot koorts heeft, moeten de andere gezinsleden in thuisquarantaine blijven. Als een werknemer in een geval als dit de richtlijnen van de overheid volgt en niet kan werken (en thuiswerken gezien de aard van het werk niet mogelijk is) is dat een omstandigheid die in de risicosfeer ligt van de werkgever.

Bij gezinsquarantaine mag het gezinslid dat niet ziek is wel boodschappen doen; daaronder bleek ook het bezoek aan de bouwmarkt te vallen.

De werkgever kreeg dus ongelijk. Bovendien werd de gevorderde wettelijke verhoging van 50% (vanwege het te laat betalen van loon) toegewezen.

De Rechter overwoog nog wel dat een werkgever bewijs kan vragen van de ziekte van de huisgenoot (die vraag was in dit geval niet gesteld), maar ook dat is een bijzondere weg die wel eens zou kunnen stranden op het recht op privacy. Wat immers als een gezinslid weigert daaraan zijn / haar medewerking te verlenen?

Overigens is nog van belang te vermelden dat lid 5 van artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheid biedt dat partijen in de schriftelijk aangegane arbeidsovereenkomst de regel “geen arbeid, wel loon” voor de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst kunnen uitsluiten en van die regel dus ten nadele van werknemer kunnen afwijken.

Heeft u vragen? Onze specialisten staan voor u klaar!

Voor meer informatie kunt u onder meer terecht bij Hein Snijders, Jan de Jonge en Frank Smitshoek.

Auteurs: Jan de Jonge en Frank Smitshoek


Rotterdam © 2020 &De Jonge Advocaten
designed & powered by BuroHenk & AWINK Websolutions